Blog over zaken uit mijn boek 'Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen'


Ex-baas Fed Paul Volcker: "Mikken op 2 procent inflatie elk jaar is géén prijsstabiliteit'

Maar eerst voor wie niet weet wie Volcker is, iets over hem in het kort. Paul Volcker was tussen 1979 en 1987 voorzitter van de Fed, de Amerikaanse centrale bank. Hij werd aangesteld in een periode waarin de Amerikaanse werkloosheid hoog was en de inflatie nog hoger, ver boven 10 procent per jaar.

Hij aarzelde geen moment om het inflatiemonster aan te pakken. Volcker verhoogde de officiële rente van de Fed naar 20 procent, een niveau dat tegenwoordig onvoorstelbaar lijkt. Dat stortte de Amerikaanse economie in een diepe recessie, de diepste sinds de Grote Depressie uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Miljoenen Amerikanen werden werkloos. Volcker kreeg uit het hele land houten planken afgeleverd bij de Fed; bouwbedrijven stuurden die met briefjes erop dat ze die toch niet meer nodig hadden omdat er niets te bouwen viel.  Autohandelaren stuurden enveloppen vol met autosleutels, er was toch niemand die hun auto’s kon en wilde kopen. Boze boeren reden met hun tractoren dreigend rondjes rond het Fed-gebouw in Washington. En een keer, vlak voor de Kerst, slaagde een verwarde en met een pistool, geweer en een mes gewapende man er zelfs in het Fed-hoofdkantoor binnen te dringen en tot aan de deur van de kamer van Volcker te komen voordat hij op het laatste moment door de beveiliging werd overmeesterd.

Ondanks alle pijn werkte de aanpak van de boomlange – Volcker is 2 meter lang – econoom. De inflatie was verslagen. Vriend en vijand is erover eens dat Volcker met zijn aanpak de basis heeft gelegd voor de langste periode van economische groei in de VS. Toen Alan Greenspan, Volckers opvolger bij de Fed, zei in 2004: ‘Mijn succes in het verder verlagen van inflatie is grotendeels een verlengstuk van het basisbeleid dat Volcker gevoerd heeft’.

Hij werd verguisd door veel politici en in 1987 vertrok hij bij de Fed hoewel Volcker wettelijk gezien nog lang kon blijven zitten. Het Witte Huis – Ronald Reagan was de President toen – wilde maar wat graag van de zeer onafhankelijke Volcker af. In 1985 boden ze hem de post van de President van de Wereldbank om van hem af te zijn. Volcker weigerde. Ronald Reagan probeerde het door hem loyale mensen in het Fed-bestuur te benoemen en zo een coup te plegen als het ware. Dat maakte Volckers baan als voorzitter almaar lastiger. In augustus 1987 zou zijn tweede termijn als voorzitter verstrijken. Volgens de wet kon Volcker nog twee keer voor in totaal acht jaar herbenoemd worden als de baas van de Fed. Maar het was duidelijk dat het Witte Huis hem niet wilde. Hem wegsturen kon het ook niet, dat zou voor te veel schade zorgen omdat de financiële markten in rep en roer zouden komen. Vandaar dat men hoopte dat door de genoemde coup Volcker zelf zou opstappen. Dat deed hij ook: op 1 juni 1987 overhandigde hij zijn ontslagbrief aan Reagan die geen enkele moeite deed Volcker op andere gedachten te brengen. Enkele minuten nadat de boomlange centrale bankier het Witte Huis verliet, pakte Reagan de telefoon. Hij bood Volckers baan aan iemand die veel minder onafhankelijk was dan Volcker. Het tijdperk van Alan Greenspan – en geldmoord – kon beginnen. Als er één beleidsmaker en centrale bankier is die op basis van ervaring kan spreken over de voor- en nadelen van inflatie, dan is het dus Paul Volcker wel.

Als Fed-voorzitter heeft u tegen hoge inflatie gevochten, u heeft de rente verhoogd naar 20 procent en de Amerikaanse economie in een recessie gestort om de inflatie eruit te wringen. Hoe vreemd is het voor u om nu regelmatig te horen dat de Fed en andere centrale banken hogere inflatie nastreven?

Volcker: Met alle respect maar ik begrijp het niet dat centrale banken een beetje meer inflatie willen. Zij zeggen dat een beetje meer inflatie iets goeds is. Het probleem is dat als een beetje meer inflatie goed is, nog een beetje meer erbovenop gezien wordt als nóg beter. Ervaringen uit het verleden leren ons dat wanneer men inflatie opzettelijk aanjaagt, heel moeilijk onder controle te houden is en heel lastig terug te draaien is. Dat iets meer inflatie toewensen lijkt wel de nieuwe monetaire juiste leer te zijn. Ik weet wat het argument daarachter is, men wil ruimte om de reële rentes negatief te laten worden, maar een economie gedijt niet op negatieve reële rentes gedurende een langere periode.

Iets anders is dat in mijn ogen de taal misbruikt wordt, de betekenis wat bepaalde zaken is veranderd. Zij noemen prijsstijgingen onder de 2 procent bijvoorbeeld nauwelijks inflatie maar het gevaar van deflatie. De moderne centrale banken zeggen ‘we mikken op 2 procent inflatie per jaar om zo onze vastberadenheid om inflatie onder de 2 procent te houden te versterken’. Dat vind ik vreemd; 2 procent inflatie is dan iets wat goed is maar inflatie boven die grens is ineens slecht. En de laatste tijd is zelfs die vastberadenheid aan het verzwakken, sommigen willen meer dan 2 procent inflatie als een buffer tegen deflatie.

Als je 2 procent inflatie per jaar nastreeft dan betekent dat dat na een decennium alle prijzen meer dan 25 procent zijn gestegen en dat het prijsniveau in één generatie verdubbelt. Dat is geen prijsstabiliteit maar men noemt dat wél zo. Zoals gezegd: de betekenis van sommige begrippen is in loop der tijd veranderd.

Die centrale bankiers die stellen dat dalende prijzen, deflatie, zo een beetje het ergste is wat onze moderne economieën kan overkomen, hoe kijkt u daar tegenaan?

Volcker: Ik kan heel goed begrijpen dat we geen diepe deflatie willen, dat wil zeggen prijzen die jaarlijks met 3,4 of 5 procent zakken. Maar om bij deze discussie de Grote Depressie erbij te halen… Toen zakten de prijzen met 10 procent per jaar, de Grote Depressie is een geval apart.

Dit beeld dat als de prijzen met enkele tienden van het procent zakken huisvrouwen ineens zullen stoppen met boodschappen doen maar dat zij wel geld zullen uitgeven als de prijzen met 2 procent per jaar stijgen of dat mensen, als ze de prijzen zien dalen, geen goedkopere t-shirts en voedsel zullen kopen slaat nergens op. In de VS zijn de prijzen van veel goederen nauwelijks gestegen, veel prijsstijgingen vinden plaats in de dienstensector, zoals de zorg. Sommige spullen die velen regelmatig kopen zijn vaak goedkoper geworden en dat is geen slechte zaak voor de Amerikaanse huishoudens.

Toen u de voorzitter van de Fed bent geweest,  tussen 1979 en 1987, wisten analisten vaak niet eens dat het bestuur vergaderd had over de rente en als ze dat wisten, zij moesten gissen of de rente veranderd werd en zo ja, hoe, omhoog of omlaag. Tegenwoordig laat de Fed ruim van tevoren de financiële markten weten wat de Fed van plan is. Wat vindt u van dit zogeheten forward guidance?

Volcker: Ik denk dat het een fout is zo concreet te zijn over wat je aanpak zal zijn in de maanden of zelfs jaren die voor je liggen. Het is prima om te zeggen dat je doel is dat de economie harder gaat groeien of de inflatie stabiliseert maar als je heel precies gaat worden over je beleid, zoals de Fed enige tijd geleden is gaan doen toen de bank zei dat die zal gaan denken aan renteverhogingen wanneer de werkloosheid zakt naar 6,5 procent, dan kun je als de Fed je geloofwaardigheid verliezen. De werkloosheid in de VS ligt nu al enige tijd onder 6,5 procent. Geloofwaardigheid is zeer belangrijk voor een centrale bank. Het lot van de centrale banken zou niet afhankelijk moeten zijn van zijn voorspellingen voor de komende twee jaren. Wat we namelijk in ieder geval weten is dat economen slecht zijn in voorspellen.

Als een centrale bank wil je dat de markt jou volgt, niet dat jij de markt moet volgen. En af en toe moet je als centrale bank te markt ook kunnen verrassen, dat kan moeilijk met forward guidance. Een van de gevolgen is dat de financiële markten prikkelbaar zijn. Een voorbeeld: onlangs zei de Fed dat de bank vroeg of laat het monetair beleid zal moeten verkrappen. Dat zeiden ze al enige tijd en toch was de reactie op de financiële markten uitbundig. Als je de rente een lange tijd niet verhoogt, dan weet je dat wanneer je dat uiteindelijk doet, dat voor een schok zal zorgen op de markten. En dat vrezen de centrale bankiers.